Nederlands [Veranderen]

القرآن الكريم / جزئها ٢٥ / صفحة ٤٩٠

Az-Zukhruf 11-22, Koran - Djuz' 25 - Pagina 490

Djuz'-25, Pagina-490 - Koran recitatie door Abu Bakr al Shatri
Djuz'-25, Pagina-490 - Koran recitatie door Maher Al Mueaqly
Djuz'-25, Pagina-490 - Koran recitatie door Mishary al Afasy
vorig
volgende
share on facebook  tweet  share on google  print  
وَالَّذِي نَزَّلَ مِنَ السَّمَاء مَاء بِقَدَرٍ فَأَنشَرْنَا بِهِ بَلْدَةً مَّيْتًا كَذَلِكَ تُخْرَجُونَ ﴿١١﴾
43/Az-Zukhruf-11: Waallathee nazzala mina alssama-i maan biqadarin faansharna bihi baldatan maytan kathalika tukhrajoona
En Degene Die uit de hemel water heeft doen neerdalen, volgens een bepaalde maat. Dan doen Wij daarmee dode aarde leven. Op die manier zullen jullie opgewekt worden. (11)
وَالَّذِي خَلَقَ الْأَزْوَاجَ كُلَّهَا وَجَعَلَ لَكُم مِّنَ الْفُلْكِ وَالْأَنْعَامِ مَا تَرْكَبُونَ ﴿١٢﴾
43/Az-Zukhruf-12: Waallathee khalaqa al-azwaja kullaha wajaAAala lakum mina alfulki waal-anAAami ma tarkaboona
En Degene Die alle soorten heeft geschapen en Die voor jullie schepen en vee heeft gemaakt, waarop jullie kunnen rijden. (12)
لِتَسْتَوُوا عَلَى ظُهُورِهِ ثُمَّ تَذْكُرُوا نِعْمَةَ رَبِّكُمْ إِذَا اسْتَوَيْتُمْ عَلَيْهِ وَتَقُولُوا سُبْحانَ الَّذِي سَخَّرَ لَنَا هَذَا وَمَا كُنَّا لَهُ مُقْرِنِينَ ﴿١٣﴾
43/Az-Zukhruf-13: Litastawoo AAala thuhoorihi thumma tathkuroo niAAmata rabbikum itha istawaytum AAalayhi wataqooloo subhana allathee sakhkhara lana hatha wama kunna lahu muqrineena
Opdat jullie stevig op hun ruggen zullen zitten en dan de gunst van jullie Heer gedenken. Wanneer jullie op hen zitten, zeggen jullie: "Soebhânalladzi sachchara lanâ hâdzâ wâ mâ koennâ lahoe moeqrimîn, " (Heilig is Degene Die dit voor ons dienstbaar heeft gemaakt, en wij hebben er geen macht over) (13)
وَإِنَّا إِلَى رَبِّنَا لَمُنقَلِبُونَ ﴿١٤﴾
43/Az-Zukhruf-14: Wa-inna ila rabbina lamunqaliboona
"Wa innâ ilâ rabbinâ lamoenqalibôen." (En voorwaar, tot onze Heer zullen wij zeker terugkeren.) (14)
وَجَعَلُوا لَهُ مِنْ عِبَادِهِ جُزْءًا إِنَّ الْإِنسَانَ لَكَفُورٌ مُّبِينٌ ﴿١٥﴾
43/Az-Zukhruf-15: WajaAAaloo lahu min AAibadihi juz-an inna al-insana lakafoorun mubeenun
En zij stelden naast Hem dienaren van Hem aan als een deel van Hem. Voorwaar, de mens is zeker een duidelijke zeer ondankbare. (15)
أَمِ اتَّخَذَ مِمَّا يَخْلُقُ بَنَاتٍ وَأَصْفَاكُم بِالْبَنِينَ ﴿١٦﴾
43/Az-Zukhruf-16: Ami ittakhatha mimma yakhluqu banatin waasfakum bialbaneena
Of heeft Hij zich van wat Hij geschapen heeft dochters genomen en voor jullie zonen verkozen? (16)
وَإِذَا بُشِّرَ أَحَدُهُم بِمَا ضَرَبَ لِلرَّحْمَنِ مَثَلًا ظَلَّ وَجْهُهُ مُسْوَدًّا وَهُوَ كَظِيمٌ ﴿١٧﴾
43/Az-Zukhruf-17: Wa-itha bushshira ahaduhum bima daraba lilrrahmani mathalan thalla wajhuhu muswaddan wahuwa katheemun
En wanneer een van hen het verheugende bericht wordt gegeven over wat zij de Erbarmer toeschrijven (een dochter), dan betrekt zijn gezicht en is hij verbitterd. (17)
أَوَمَن يُنَشَّأُ فِي الْحِلْيَةِ وَهُوَ فِي الْخِصَامِ غَيْرُ مُبِينٍ ﴿١٨﴾
43/Az-Zukhruf-18: Awaman yunashshao fee alhilyati wahuwa fee alkhisami ghayru mubeenin
En is hij die temidden van sieraden is grootgebracht en die in het debat geen duidelijk argument kain aanvoeren (een kind van Allah)? (18)
وَجَعَلُوا الْمَلَائِكَةَ الَّذِينَ هُمْ عِبَادُ الرَّحْمَنِ إِنَاثًا أَشَهِدُوا خَلْقَهُمْ سَتُكْتَبُ شَهَادَتُهُمْ وَيُسْأَلُونَ ﴿١٩﴾
43/Az-Zukhruf-19: WajaAAaloo almala-ikata allatheena hum AAibadu alrrahmani inathan ashahidoo khalqahum satuktabu shahadatuhum wayus-aloona
En zij maken de Engelen, degenen die dienaren van de Erbarmer zijn, tot vrouwen. Getuigden zij van hun schepping? Hun getuigenissen zullen worden opgetekend en zij zullen worden ondervraagd. (19)
وَقَالُوا لَوْ شَاء الرَّحْمَنُ مَا عَبَدْنَاهُم مَّا لَهُم بِذَلِكَ مِنْ عِلْمٍ إِنْ هُمْ إِلَّا يَخْرُصُونَ ﴿٢٠﴾
43/Az-Zukhruf-20: Waqaloo law shaa alrrahmanu ma AAabadnahum ma lahum bithalika min AAilmin in hum illa yakhrusoona
En zij zeiden: "Als de Erbarmer het had gewild, dan zouden wij hen niet hebben aanbeden. Zij hebben daarover geen kennis, zij liegen slechts. (20)
أَمْ آتَيْنَاهُمْ كِتَابًا مِّن قَبْلِهِ فَهُم بِهِ مُسْتَمْسِكُونَ ﴿٢١﴾
43/Az-Zukhruf-21: Am ataynahum kitaban min qablihi fahum bihi mustamsikoona
Of hebben Wij hun vóór hem (de Koran) een Boek gegeven, dat zij daarna vasthielden? (21)
بَلْ قَالُوا إِنَّا وَجَدْنَا آبَاءنَا عَلَى أُمَّةٍ وَإِنَّا عَلَى آثَارِهِم مُّهْتَدُونَ ﴿٢٢﴾
43/Az-Zukhruf-22: Bal qaloo inna wajadna abaana AAala ommatin wa-inna AAala atharihim muhtadoona
Zij zeiden zelfs: "Voorwaar, Wij troffen onze voorvaderen aan in een godsdienst. En voorwaar, wij volgen hun geloof." (22)