Nederlands [Veranderen]

القرآن الكريم / جزئها ٢٧ / صفحة ٥٢٣

Koran, Pagina 523 (Djuz' 27) recitatie door Abu Bakr al Shatri

vorig
volgende
share on facebook  tweet  share on google  print  
كَذَلِكَ مَا أَتَى الَّذِينَ مِن قَبْلِهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا قَالُوا سَاحِرٌ أَوْ مَجْنُونٌ ﴿٥٢﴾
أَتَوَاصَوْا بِهِ بَلْ هُمْ قَوْمٌ طَاغُونَ ﴿٥٣﴾
فَتَوَلَّ عَنْهُمْ فَمَا أَنتَ بِمَلُومٍ ﴿٥٤﴾
وَذَكِّرْ فَإِنَّ الذِّكْرَى تَنفَعُ الْمُؤْمِنِينَ ﴿٥٥﴾
وَمَا خَلَقْتُ الْجِنَّ وَالْإِنسَ إِلَّا لِيَعْبُدُونِ ﴿٥٦﴾
مَا أُرِيدُ مِنْهُم مِّن رِّزْقٍ وَمَا أُرِيدُ أَن يُطْعِمُونِ ﴿٥٧﴾
إِنَّ اللَّهَ هُوَ الرَّزَّاقُ ذُو الْقُوَّةِ الْمَتِينُ ﴿٥٨﴾
فَإِنَّ لِلَّذِينَ ظَلَمُوا ذَنُوبًا مِّثْلَ ذَنُوبِ أَصْحَابِهِمْ فَلَا يَسْتَعْجِلُونِ ﴿٥٩﴾
فَوَيْلٌ لِّلَّذِينَ كَفَرُوا مِن يَوْمِهِمُ الَّذِي يُوعَدُونَ ﴿٦٠﴾

سورة الـطور

وَالطُّورِ ﴿١﴾
وَكِتَابٍ مَّسْطُورٍ ﴿٢﴾
فِي رَقٍّ مَّنشُورٍ ﴿٣﴾
وَالْبَيْتِ الْمَعْمُورِ ﴿٤﴾
وَالسَّقْفِ الْمَرْفُوعِ ﴿٥﴾
وَالْبَحْرِ الْمَسْجُورِ ﴿٦﴾
إِنَّ عَذَابَ رَبِّكَ لَوَاقِعٌ ﴿٧﴾
مَا لَهُ مِن دَافِعٍ ﴿٨﴾
يَوْمَ تَمُورُ السَّمَاء مَوْرًا ﴿٩﴾
وَتَسِيرُ الْجِبَالُ سَيْرًا ﴿١٠﴾
فَوَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِلْمُكَذِّبِينَ ﴿١١﴾
الَّذِينَ هُمْ فِي خَوْضٍ يَلْعَبُونَ ﴿١٢﴾
يَوْمَ يُدَعُّونَ إِلَى نَارِ جَهَنَّمَ دَعًّا ﴿١٣﴾
هَذِهِ النَّارُ الَّتِي كُنتُم بِهَا تُكَذِّبُونَ ﴿١٤﴾
٥٢٣
51/Adh-Dhariyat-52: Kathalika ma ata allatheena min qablihim min rasoolin illa qaloo sahirun aw majnoonun
Zo kwam er tot degenen vóór hen geen Boodschapper, of zij zeiden: "(Hij is) een tovenaar, of een bezetene." (52)
51/Adh-Dhariyat-53: Atawasaw bihi bal hum qawmun taghoona
Dragen zij dit aan elkaar over (van geslacht op geslacht)? Zij zijn zelfs een overtredend volk. (53)
51/Adh-Dhariyat-54: Fatawalla AAanhum fama anta bimaloomin
Wend je daarom van hen af, dan wordt jou niets verweten. (54)
51/Adh-Dhariyat-55: Wathakkir fa-inna alththikra tanfaAAu almu/mineena
En vermaan: want voorwaar, de vermaning baat de gelovigen. (55)
51/Adh-Dhariyat-56: Wama khalaqtu aljinna waal-insa illa liyaAAbudooni
En Ik heb de Djinn's en de mens slechts geschapen om Mij te dienen. (56)
51/Adh-Dhariyat-57: Ma oreedu minhum min rizqin wama oreedu an yutAAimooni
Ik wens geen voorzieningen van hen, en ik wens niet dat zij Mij voeden. (57)
51/Adh-Dhariyat-58: Inna Allaha huwa alrrazzaqu thoo alquwwati almateenu
Voorwaar, Allah is de Voorziener, de Bezitter van sterke kracht. (58)
51/Adh-Dhariyat-59: Fa-inna lillatheena thalamoo thanooban mithla thanoobi as-habihim fala yastaAAjiloona
Voorwaar, de zonden van degenen die onrecht plegen zijn gelijk aan de zonden van hun soortgenoten (in vroegere generaties). Laten zij daarom Mij niet vragen (de bestraffing) te bespoedigen. (59)
51/Adh-Dhariyat-60: Fawaylun lillatheena kafaroo min yawmihimu allathee yooAAadoona
Wee dan degenen die ongelovig zijn op hun Dag die aangezegd is. (60)

Soera At-Tur

Bismi Allahi alrrahmani alrraheemi

52/At-Tur-1: Waalttoori
Bij de berg (Sinaï). (1)
52/At-Tur-2: Wakitabin mastoorin
Bij een geschreven Boek. (2)
52/At-Tur-3: Fee raqqin manshoorin
In een opengerold perkament. (3)
52/At-Tur-4: Waalbayti almaAAmoori
Bij het veel bezochte Huis (de Ka'bah). (4)
52/At-Tur-5: Waalssaqfi almarfooAAi
En het opgeheven gewelf (de hemel). (5)
52/At-Tur-6: Waalbahri almasjoori
En de kolkende zee. (6)
52/At-Tur-7: Inna AAathaba rabbika lawaqiAAun
Voorwaar, de bestraffing van jouw Heer zal zeker plaatsvinden. (7)
52/At-Tur-8: Ma lahu min dafiAAin
Niemand kan hem tegenhouden. (8)
52/At-Tur-9: Yawma tamooru alssamao mawran
Op de Dag waarop de hemel heftig beeft. (9)
52/At-Tur-10: Wataseeru aljibalu sayran
En de bergen zich verplaatsen. (10)
52/At-Tur-11: Fawaylun yawma-ithin lilmukaththibeena
Wee op die Dag de loochenaars. (11)
52/At-Tur-12: Allatheena hum fee khawdin yalAAaboona
Degenen die zich vermaken met ijdelheden. (12)
52/At-Tur-13: Yawma yudaAAAAoona ila nari jahannama daAAAAan
Op die Dag zullen zij met geweld naar de Hel worden geduwd. (13)
52/At-Tur-14: Hathihi alnnaru allatee kuntum biha tukaththiboona
(En er zal gezegd worden:) "Dit is de Hel die jullie plachten te loochenen. (14)
523